Concerten 11/12   Duitsland

Duitsland expressief virtuoos eigenheid

Het programma 'Duitsland' beweegt zich rond het begrip ‘gepolitiseerd’, dat wil zeggen, muziek die vanuit politieke overweging of juist als commentaar daarop is geschreven. Dit begrip komt sterk tot uiting in de Duitse (Oostenrijkse) muziek, en wanneer we even terug in de tijd gaan komt de naam Beethoven al snel in verband hiermee om de hoek gluren. Met name zijn derde symfonie had voor Beethoven, buitengewoon politiek geïnteresseerd, in beginsel een sterk politiek thema. Hij droeg het in eerste instantie dan ook op aan Napoleon.

De jaren tussen 1920 en 1939 werden in Duitsland vooral gekenmerkt door twee kanten, aan de ene zijde componisten met beide benen sterk geworteld in de 19e eeuwse laat romantiek en aan de andere zijde componisten die zich lieten inspireren door de cabaretstijl populair in het Frankrijk van toen.  Deze laatste kenmerkte zich door een hoge mate van gepolitiseerde drijfveren: muziek moest worden beschouwd als vermaakt, het liefst zonder kunstzinnige achtergronden. Deze stijl, die zich in Berlijn verder zou ontwikkelen, werd snel geassocieerd met de linkse revolutie maar anders dan in Frankrijk bleef de behoefte naar het communisme niet meer dan het voorzichtig kijken over het hek van de buurman.

De makers van deze cabaretmuziek, in het programma vooral Eisler, waren politiek geëngageerde mensen met het geloof dat intelligente muziek intelligente arbeiders maakte. De liederen van Eisler leveren dan ook maatschappelijke kritiek. Stilistisch probeert Eisler te ontkomen aan de atonale wijze van componeren van zijn leermeester Schönberg en wil hij, in contrast met de veel meer elitaire stijl van Schönberg, maatschappelijk iets met zijn muziek bereiken.

Ook Webern was leerling van Arnold Schönberg. Als exponent van de 2e Weense school, bewoog Webern zich op opmerkelijke wijze van een laat romantische stijl naar een in hoge mate geconcentreerde hevig expressionistische stijl. In het programma is dit verschil duidelijk te horen tussen de Liederen enerzijds en het stuk voor cello en piano anderzijds. Door de korte duur van dit laatste stuk is het twee keer opgenomen, voor en na de Liederencyclus.

Het door het nazisme uitverkoren laat romantische stijl van schrijven tot nationalistisch paradepaardje werd lange tijd om die reden (het slechte geweten) door Duitse componisten geschuwd. De laat romantische stijl werd in de tijd na de oorlog vooral beschouwd als onderdeel van het maatschappelijk denken van het fascisme. In een tijd van intellectualisme in componerend Duitsland van de jaren ’50 pakte Hans Werner Henze echter de draad achtergelaten door Webern en Schönberg weer op.  In deze periode vierde wederom gepolitiseerde composities hoogtij; de muziek van Webern en Schönberg werd onder geschoffeld. Henze was hierop een markante uitzondering, en maakte bovendien carrière met zijn muziek. Henze zoekt naar het expressionisme in muziek en draait de historische rollen om: in een tijd van gepolitiseerde muziek is Henze een baken van het laat romantische/expressionistisch denkgoed waar in de jaren ‘20 en ‘30 ervoor juist Eisler in een tijd van expressionisme een gepolitiseerd maatschappelijk antwoord wilde geven op de ontwikkelingen in zijn tijd.

programma

Webern Stücke voor viool en piano, Op. 7
Schönberg Massige Achtel uit op. 11
Dessau Guernica
Eisler Zeitungsausschnitte op. 11
Pauze
Webern Stücke voor cello en piano
Wagner Wesendonckleider, twee delen.
Webern Acht Frühe Lieder
Webern Stücke voor cello en piano
Henze Adagio adagio
Henze Kammersonate

speellijst

9 mei

20.30

Ed. Flipsezaal de Doelen Rotterdam

10 mei

20.30

de Toonzaal Den Bosch

Kaarten